Voor het eerst sinds ik mijn weblog schrijf, vanaf maart 2006, koppel ik deze keer geen weeknummer aan mijn weblog. Zoals u in de titel kunt lezen gaat het deze keer over stukjesschrijvers. Nu ben ikzelf ook een stukjesschrijver, volgens de letterlijke betekenis van het woord. In de Dikke van Dale wordt stukjesschrijver ook aangeduid met columnist. In Putten kennen wij deze lieden ook. Hans Alderliesten is als columnist verbonden aan het Puttens Weekblad, terwijl de Puttenaer twee van zulke lieden in dienst heeft, te weten Wobke van der Lei en Renger Kas.
Wikipedia, de internet encyclopedie geeft de volgende omschrijvingen van columnist en zijn product de column:
“Een columnist is een persoon die met enige regelmaat een artikel (column) in een krant of tijdschrift plaatst met als doel een gesprek op gang te brengen of een persoonlijke visie door te geven binnen het bestek van één krantenkolom. De benaming columnist komt van column, het Engelse woord voor kolom. Ook wordt de term cursiefje gebruikt omdat columns doorgaans in cursief ('schuin') gezet werden. Ook hadden ze dikwijls een vaste plaats in de krant.
Columns kunnen persoonlijk, politiek of anderszins kritisch zijn; altijd hebben ze tot doel de lezer te emotioneren: te laten lachen, tot denken aan te zetten of boos te maken. Een echte column sluit aan bij de actualiteit. Literair of filosofisch getinte columns overleven soms de waan van de dag en krijgen een algemene geldigheid.”
“Een column is een kort stukje proza waarin de auteur spits en uitdagend zijn mening ventileert. Vaak wordt een column in een krant of tijdschrift gepubliceerd, maar ook een gesproken column of publicatie op internet komen voor.
Er gelden nauwelijks beperkingen voor wat het onderwerp van een column kan zijn; het gamma reikt van huiselijke voorvallen tot de wereldpolitiek. Dag- en weekbladen hebben vaak een of meer vaste columnisten in huis, die inspelen op de actualiteit.
De column is een beschouwelijker variant van het cursiefje, dat het meer van humoristische observatie en vertelling moet hebben. Sinds de jaren '70-'80 heeft de column het cursiefje opgevolgd. Het essay onderscheidt zich van de column door de bredere uitwerking en grotere diepgang. Het is vaak ook iets objectiverender.
Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.”
De columnisten van de Puttense Weekbladen zijn te vatten binnen de bovenstaande omschrijvingen. Regelmatig zetten de stukjes aan tot nadenken, maar de columns van Van der Lei en in mindere mate die van dhr Kas maken ook regelmatig veel mensen in Putten boos. Om het maar dicht bij mijzelf te houden ik maak mij soms erg boos over een aantal columns van dit duo. De columns van Aderliesten, zijn in die zin iets minder prikkelend en geven mij vaak het gevoel dat de columnist het wil doen laten voorkomen alsof hij over meer levenservaring en wijsheid beschikt dan in werkelijkheid het geval is.
Van der Lei en Kas zullen waarschijnlijk vinden dat zij kennelijk hun taak als columnisten naar behoren uitvoeren, zij maken in ieder geval reacties los. In die zin zijn zij geslaagd in hun opzet. De Nederlandse rechter kent aan dit genre een grote vrijheid toe en op zichzelf is dat niet verkeerd. Zoals elke medaille kent ook deze een keerzijde. In hoeverre getuigt het van niveau en klasse als een column zo op de man wordt geschreven dat het beledigend is, in hoeverre accepteert de hoofdredactie van de Puttenaer het nog dat mensen in Putten worden beledigd o.g.v. uiterlijk en persoonlijke overtuiging. Geldt het begrip respect nog ergens op de achtergrond voor deze columnisten of nemen zij de vrijheid om iedereen naar eigen goeddunken maar respectloos neer te sabelen?
Respect is een van de meest misbruikte woorden in onze Nederlandse taal. Respect hebben voor is in de praktijk vaak niet veel meer dan een alibi voor onverschilligheid en het claimen van individuele vrijheden (ik bepaal zelf wel wat beledigend is voor een ander). Van oorsprong betekent respect: omzien naar en vandaar rekening houden met de ander.
Ik besef dat vrijheid van meningsuiting en persvrijheid van essentieel belang zijn in een democratie, maar er bestaat bij mijn weten in onze maatschappij geen recht op het beledigen van elkaar. Naast juridische grenzen, bestaan er ook nog zoiets als een ethische grenzen. Deze grens wordt bepaald door waarden- en normbesef. Ik besef dat dit abstracte begrippen zijn, zo bestaan er maatschappelijk aanvaarde waarden en normen (bv wij beledigen elkaar niet, maar ook dat wij niet stelen van elkaar). Maatschappelijke normen liggen vast in wetten. Daarnaast bestaan er ook individuele waarden en normen. Deze worden niet zelden gevormd vanuit levensovertuiging en opvoeding. Nu zijn waarden moeilijk op te leggen aan anderen, vandaar dat wij vaak niet verder komen dan het definiëren van maatschappelijke normen.
Nu even terug naar de twee stukjesschrijvers van de Puttenaer: Volgens de heersende maatschappelijke normen is er niets aan de hand, maar ik ervaar toch een overschrijding van mijn fatsoensnorm en de waarde die te maken heeft met het Bijbelsprincipe van de balk en de splinter.
Ik noem een aantal voorbeelden van het afgelopen jaar, die mijns inziens buiten proportioneel onfatsoenlijk zijn:
Een column van Van de Lei, waarin hij mevrouw de Graaf, die 50 jaar bestuurlijk betrokken is bij de Christelijke Volksbibliotheek Huinen, vergelijkt met de Taliban in Afghanistan. Ik vind het zeer onfatsoenlijk om een hoogbejaarde dame, die vanuit liefde haar werk voor de bibliotheek heeft gedaan te vergelijken met een “terroristisch regime” in Afghanistan, dat geweld inzet om haar overtuiging op te leggen. Volstrekt misplaatste vergelijking.
Een column va dezelfde scibent, waarin het CDA-raadslid Bert Veldhuizen bij zijn enkels wordt afgezaagd over de bouw van een bedrijfswoning bij zijn boerderij. Dat een columnist een zaak aan de orde stelt is prima, maar moet dat op een dergelijke grove persoonlijke wijze. Allerlei verdachtmakingen worden er gedaan, zonder dat ergens bewijs voor wordt aangeleverd.
De laatste column, die ik volledig misplaatst vond ging over de Multifunctionele accommodatie. Vooral het begin van deze column, waarin een collega wethouder, op grond van zijn uiterlijk wordt geschoffeerd, vind ik ronduit kwalijk. Ik heb best beeld en geluid bij een satirisch stukje ver de MFA, bijvorbeeld de suggestie wekken dat wij een kap over de Oude Kerk willen bouwen en en plein aan het zicht willen onttrekken of iets dergelijks, maar deze column is van dermate laag niveau, dat dhr van der Lei zichzelf zou moeten schamen.
Tot slot een column van dhr Kas, over een besluit, dat onder mijn verantwoordelijkheid is genomen (het verplaatsen van een boom aan de Heinestraat) en waar de broer van dhr Kas, eveneens woonachtig aan de Heinestraat het kennelijk niet mee eens is. In zijn column wordt een medewerker van de sectie Groen van de gemeente op een beledigende wijze neergezet, terwijl deze medewerker gewon zijn werk doet. Als dhr Kas mijn besluit op de hak zou hebben genomen heeft hij een punt, maar speel het niet op de man.
Naar mijn mening mag een columnist erg veel, juridisch gezien heeft een columnist erg veel vrijheid. De vraag is echter of een columnist daarom ook maar alles moet schrijven of dat er ook nog ethische grenzen bestaan, waar ook stukjesschrijvers zich nog iets aan gelegen laten liggen. Het zou hen mijns inziens sieren.
Cozijnsen, R | Geplaatst op: 23-01-2008 16:08 | |
Als mede stukjesschrijver, is het jammer dat u geen linken
erbij zet die naar de column`s verwijzen waar u het over heeft. Ik heb geprobeerd deze te zoeken, om zelf te oordelen of wat u zegt klopt. Vond wel dit antwoord op u schrijven, http://epaper.bdu.nl/put...er/epaper/4969579.htm.. Erg verwarrend voor burgers lijkt mij, die nu verwikkeld zijn In het welles stukjesschrijvers en van nietes stukjesschrijvers? Persoonlijk begrijp ik u standpunt over moet dat zo op de man afgespeeld worden. , Al raakte ik bij dit schrijven van u; (De columns van Aderliesten, zijn in die zin iets minder prikkelend en geven mij vaak het gevoel dat de columnist het wil doen laten voorkomen alsof hij over meer levenservaring en wijsheid beschikt dan in werkelijkheid het geval is.) hier even de weg kwijt, want aan welke enkels knabbelt u nu! En waarom komt u nu pas met dit alles ermee naar buiten? Heeft dit iets te maken dat het contract nu bij de Puttenaer ten einde is met de gemeente? Met Vriendelijke Groet Rengertje | ||
Cozijnsen, R | Geplaatst op: 25-01-2008 09:25 | |
U Schrijft; Een column van Van de Lei, waarin hij mevrouw de Graaf,
die 50 jaar bestuurlijk betrokken is bij de Christelijke
Volksbibliotheek Huinen, vergelijkt met de Taliban in Afghanistan.
Ik vind het zeer onfatsoenlijk om een hoogbejaarde dame, die vanuit
liefde haar werk voor de bibliotheek heeft gedaan te vergelijken
met een “terroristisch regime” in Afghanistan, dat
geweld inzet om haar overtuiging op te leggen. Volstrekt
misplaatste vergelijking. Weet u wel hoe gevaarlijk dit is! Wat u nu doet? Naar dit stukje gelezen te hebben mag u mij vertellen waar de heer van der Lei, dit schrijft, gaarne zou ik van u hier duidelijkheid over willen hebben als burger! Het stukje van heer van der Lei; Het vloekenpotje Mw. De Graaf –“Het gezicht van de Huinense bieb” - doet mij aan mijn oma denken. De laatste is al jaren geleden gestorven. Zij was een verstandige vrouw aan wie ik in liefde terugdenk: een toonbeeld van wijsheid, deugd en vriendelijkheid. Een hekel had ze enkel aan de Paus van Rome en aan Vrijgemaakt-Gereformeerden –de Vrijmaking had immers diepe wonden geslagen in de Friese wijngaard des Heren-. Bij mij was dit niet aan dovemansoren gezegd; voor u is het een teken dat ik uit een degelijke protestantse familie kom. Dat geldt ongetwijfeld ook voor Mw. De Graaf over wie vorige week een prima stuk in deze krant verscheen. De Christelijke leeszaal waaraan zij zich belangeloos al zo veel jaren bindt, heeft beslist iets vertederends. Het systeem herinnert aan de leesgezelschappen uit de achttiende eeuw. Deze stelden boeken tegen leengeld ter beschikking. Hetzelfde systeem hanteert de bibliotheek in Huinen. Maar daar laten ze het niet bij. Mw. De Graaf en met haar de andere dames zijn streng, maar rechtvaardig voor wat betreft het aankoopbeleid. Een enkel vloekje wordt weggestreept, maar jeugdboeken die inhoudelijk strijdig zijn met de opvattingen van het bestuur, worden geweerd.Gouden en zilveren griffels missen vaak de boot, omdat de Huinense aanlegsteiger deze geen ruimte biedt. Nauwgezet is zij een belangrijk deel van haar leven druk geweest deze uitleenprincipes te handhaven. Ik heb alle waardering voor de inzet waarmee zij lezen bevordert onder jeugdigen uit haar domein. Ik ben het niet met haar eens dat zij alleen boeken opneemt in de collectie die passen bij wat zij oirbaar acht. Het is een vorm van censuur die goed lijkt voor kinderen, maar dat niet is. Kinderen groeien op in een wereld waar wordt gevloekt, overspelig wordt gevreeën, God noch gebod wordt geëerd en kerk noch klooster worden bezocht. Juist jeugdliteratuur geeft tevens een beeld van datgene waarmee kinderen in deze samenleving óók worden geconfronteerd. De Graaf steekt haar door de tijd fraai gebeeldhouwde hoofd krachtig in het Veluwse zand en dwingt haar naasten tot een zelfde actie. Het is een misverstand alsof kinderen daarbij zijn gebaat. Laat ze uit de openbare bibliotheek lenen, dat wat bij hun leeftijd past! Daar is die bibliotheek op ingericht. Straks krijgen we een of andere exoot die zich ergert aan het feit dat er varkenskarbonaad wordt geserveerd in de aanleunwoning van de smidse waar Hielke en Sytse Klinkhamer uitrusten van hun avonturen met de Kameleon. Vervolgens stelt onze orthodoxe vriend aan de Gemeente voor, een deel van het bibliotheekbudget over te dragen aan zijn Halalbieb. Alleen boeken waarin varkensvlees taboe is, worden voortaan uitgeleend. De gemeente Putten subsidieert wel. En daarmee hebben we, dacht ik zo, de kwestie even haarfijn onder woorden gebracht: keren de privileges voor Christenen in deze samenleving zich niet tegen ons zelf nu Islamieten zich beroepen op dezelfde rechten en in hun door de Nederlandse overheid betaalde scholen de bijl aan de wortels zetten van een samenleving die in 15 eeuwen door ons is opgebouwd? Mw. De Graaf doet het volgens mij verkeerd, maar heeft daar alle recht toe. Dat de gemeente preventieve censuur ondersteunt door haar club subsidie te verstrekken, is onwenselijk. De openbare bibliotheek is er voor iedereen, en is bereid elke doelgroep te bedienen, krast passages niet uit boeken (o, hoe gruwelijk!) en heeft geen strenge juf die aankopen censureert. En zo hoort het: de gemeente moet censuur niet ondersteunen. De leesgezelschappen van Huinen en De Aker mogen best doorgaan, maar niet met steun uit algemene middelen. Gaarne een reactie van u hier, Want ik kan hier niets in vinden wat u er over schrijft? Met Vriendelijke Groet Rengertje | ||