Waar doe ik het voor, wie kent deze vraag niet? Zet je jezelf naar eer en geweten in, krijg je de ene na de andere verwensing naar je hoofd geslingerd. Veel mensen gebruiken krijgshaftige, gespierde taal via de E-mail, terwijl in persoonlijk contact daar niet veel meer van overblijft. De verwildering van het publieke debat is aan Putten helaas niet voorbij gegaan. Veel Puttenaren denken dat een wethouder zijn of haar persoonlijke standpunten staat te verdedigen en dat een wethouder of raadslid niet zou weten wat er in Putten speelt.
Laat een ding duidelijk zijn, een standpunt dat ik uitdraag is niet per definitie altijd mijn persoonlijke mening. Als College van B&W kennen wij collegiaal bestuur, dat betekent dat je met elkaar de koers en standpunten bepaald, dat gaat via dialoog. Ook de gemeenteraad bepaald bij meerderheid een koers of standpunt. Dat zijn vervolgens de richtlijnen waaraan een wethouder zich heeft te houden en als hij of zij zich daarin geheel niet kan vinden rest hem of haar niets anders dan opstappen.
Naast wethouder ben ik burger en inwoner van Putten, vorm ik met mijn vrouw en kinderen een gezin, breng ik mijn kinderen naar school in Putten, maak ik op straat een praatje met deze of gene, kom ik met mijn kinderen op sportverengingen, ga ik naar ouderavonden op school, neem ik deel aan het sociale en kerkelijke leven in Putten. Dat lijkt verdacht veel op een normaal mens.
Kenmerkend voor normale mensen is dat zij met beide benen in de maatschappij staan, contacten hebben, gevoel hebben, keuzes moeten maken etc. Zij staan dus niet los van de werkelijkheid. Het zou voor iedereen goed zijn dat te beseffen in de contacten met elkaar.
In de afgelopen twee weken is er veel deining in het dorp en raad geweest. In mijn vorige weblog schreef ik daar al iets over. Verder is in deze week de kadernota, een nota waarin het College aan de raad de plannen voor de komende meerjaren begroting voorlegt. Veel mensen in Putten snapten niet, waarom het College, alvorens met een nieuw voorstel te komen, aan de raad heeft verzocht om een uitspraak te doen over het Laakhuisje en de benodigde gelden. In de commissie Samenleving van 15 mei, wilden de fracties het Laakhuisje weliswaar op de Laak houden, maar over de benodigde gelden was geen uitspraak gedaan. Tussen de minimum en de maximum variant zat een gat van meer dan 1,2 miljoen Euro. In de kadernota wordt aangegeven waaraan in de komende jaren het geld uitgegeven mag worden, zowaar een uitgelezen moment om de discussie van het Laakhuisje in te betrekken.
Op 3 en 4 juni hebben wij als College deelgenomen aan het VNG-congres in Den Bosch. Het thema van dit congres was Lokaal versus Globaal. In hoeverre heeft de Globalisering invloed op het lokale beleid. Wat mij vooral bij is gebleven uit de toespraak van premier Balkenende is dat sterke gemeenschappen een sterke gemeenschap vormen: Sterke kernen vormen een sterke gemeente, sterke gemeenten een sterk land en sterke landen een sterke wereld. In deze tijd van globalisering lijkt de wereld steeds meer op een gemeenschap. Des te belangrijker is de gemeenschapszin in gemeenten.
's Avonds ontmoette ik mijn ChristenUnie collega Harro Jansen, wethouder in Gouda. Nu is zijn gemeente een stuk groter dan Putten. Gezien het feit dat Harro een half jaar langer wethouder is dan dat ik ben en wij ongeveer van dezelfde leeftijd zijn hadden wij genoeg gespreksstof over onze evaringen als wethouder. Hij vertelde mij dat hij bijna nooit een individuele burger aan zijn tafel krijgt voor een individueel probleem. Hij is vooral actief in diverse bestuurlijke overleggen met provincie en rijk. Toen ik hem vertelde dat ik gemiddeld ruim 1 dag per week bezig ben met 1 op 1 gesprekken met burgers over een specifiek probleem kon hij zich dat amper voorstellen.
Putten heeft een gemeente bestuur dat benaderbaar is en dat tijd maakt voor individuele problemen. Met andere worden in Putten is ook het gemeentebestuur echt niet los van de werkelijkheid, maar staat zij midden in de samenleving. Al willen sommigen anders doen geloven.