Het is een goed gebruik dat subsidieontvangers hun begroting en jaarrekeningen aan de gemeenteraad sturen. Ook het college van B&W biedt jaarlijks de gemeentelijke jaarrekening aan de gemeenteraad aan.
Een van die stichtingen is de Stichting Klein Zwitserland, de stichting die het Bosbad exploiteert. Er is geen stichting in Putten, die op zoveel betrokkenheid en belangstelling van de gemeenteraad kan rekenen als deze stichting. De jaarrekeningen van bijvoorbeeld de bibliotheek en de Stichting Welzijn Ouderen Putten of Muziekschool worden nauwelijks besproken. Zelfs de jaarrekening van de gemeente kan op veel minder belangstelling rekenen dan die van het Bosbad, terwijl het in de genoemde jaarrekening ook om veel geld gaat.
Gelukkig was de commissie Samenleving zo wijs om afgelopen donderdag gewoon de door de accountant gecontroleerde cijfers over 2008 en de verbouwing van het Bosbad te bespreken. Wie er ook in het bestuur zit of gaat zitten deze cijfers veranderen niet meer.
Komende week zullen wij in een extra raadsvergadering met elkaar debatteren over de ontstane bestuurlijke situatie.
Politiek is een zaak van het hoofd (verstand) en het hart (emotie). Gelukkig werd afgelopen donderdag overwegend het hoofd gebruikt. Woensdag a.s. zal het hart waarschijnlijk de overhand hebben, maar ook die discussie zie ik met vertrouwen tegemoet. Zeker als ik afgelopen zondag 2 teksten uit het Bijbelboek Spreuken lees:
"Angst voor mensen is een valstrik, wie op de Heer vertrouwt, wordt beschermd"
(Spreuken 29:25)
"Wie onheil zaait, zal onheil oogsten, de stok waarmee hij slaat, zal hem te gronde richten" (Spreuken 22:8)
Als wethouder moet je jezelf verantwoorden tegenover de gemeenteraad. In ons democratisch bestel is die de verantwoording aan de volksvertegenwoordiging essentieel en die dient ook plaats te vinden. Diezelfde volksvertegenwoordiging, op gemeentelijk niveau de gemeenteraad, is voor mij persoonlijk niet het hoogste aan wie ik verantwoording heb af te leggen.
Voor mij persoonlijk is de Here God, mijn hemelse Vader het allerhoogste opperwezen aan wie ik verantwoording heb af te leggen. Niet als wethouder, maar als mens. Ik mag weten dat ik niet foutloos ben, dat ik dagelijks verkeerde dingen doe, maar dat door het lijden, sterven en opstanding van de Here Jezus de rekening voor mijn zonden is betaald.
In dat geloof en vertrouwen mag ik leven en mij beschermd weten, dat geeft verantwoordelijkheid voor het dagelijks werk, maar tegelijkertijd rust, kracht en wijsheid. Daar vouw ik dagelijks mijn handen voor.