Ook de andere commissie hebben een goed gevulde agenda met het ‘normale’ werk, geen bijzondere dossiers zoals het zwembad of de MFA. Maar dat ‘normale’ is voor de inwoners wel net zo belangrijk als die spectaculaire zaken. En voor een belangrijk deel bestaat ons werk uit gewoon dossiers doorlezen, informatie inwinnen, een bezoekje brengen of telefonisch mensen om informatie vragen. Ik vind het altijd wel leuk om op die manier informatie te verzamelen en mensen vinden het altijd fijn als je om hun mening vraagt of vraagt hoe het nu precies in elkaar zit. Soms mopperen mensen ook wel eens dat ze niet vaak of nooit gebeld worden. Daar hebben ze gelijk aan, maar vaak lukt het ook niet om meerdere mensen op een avond te bellen. Voor vergadertijgers als ik ben geworden is 23.00uur geen probleem meer, maar om dan nog gezellig een andere Puttenaar op te bellen met de vraag: hoe denk je eigenlijk over …, wordt niet op prijs gesteld, denk ik.
Dinsdag moet ik voor mijn werk in Den Haag zijn in het Tweede Kamergebouw. Ik ken de gebruiken al aardig. Hier hoef je niet te proberen om zomaar het gebouw binnen te komen. Maar met behulp van de vriendelijke mensen van de beveiliging kom ik binnen met mijn technische toegangskaart. Ik moet bij mijn collega’s zijn van de politieke redactie. Maar in het hart van de landelijke politiek is het toch altijd wel bijzonder voor een raadslid uit een weliswaar mooi maar wel klein dorp. Maar ’s avond ben ik weer gewoon druk met de zaken in Putten. Voorbereiding van Samenleving en van Bezwaar en Beroep. Ik heb wel de hele avond nodig voor het bestuderen van de dossiers.
Woensdag heb ik Bezwaar en Beroep, maar over de inhoud daarvan schrijf ik niet, dat lijkt me niet goed voor de mensen die het aangaat. Ook krijg ik een e-mail van Ard, of ik wil reageren op een e-mail van Wopke van der Lei. Ik lees de e-mail en kom tot de conclusie dat een antwoord aan de columnschrijver van de Puttenaer wel zo eerlijk is. Hij heeft terechte kritiek op mijn weblog: Frustratie in de Puttenaer. Zijn kritiek komt hier op neer dat ik hem dingen in de mond leg die hij niet zo heeft gezegd en bedoeld. Ik had o.a. de term ‘fundamentalist’ beter niet kunnen gebruiken, dat is te sterk aangezet en een te harde term voor iets wat hij niet heeft gesteld. Mijn excuus daarvoor. Ik kreeg een leuke en duidelijk e-mail terug en ben daar dankbaar voor. Met alle goede bedoelingen kun je fouten maken en gelukkig ook weer rechtzetten.
Donderdagavond is er commissie Samenleving. Na een pittige discussie over het duale werken van de raad, of juist het niet-duale werken, komt het agendapunt Leerlingenvervoer. Er zijn maar liefst drie insprekers. Bij alle drie gaat het over kinderen met een verstandelijke beperking. Het blijkt dat een aantal chauffeurs (die de kinderen naar school brengen) niet goed weten hoe je met deze soort handicap om moet gaan. Eén van de ouders zegt het heel treffend: het kind ziet er normaal uit, dus waarom zou je het ook niet normaal behandelen. De ouders zijn niet zozeer boos als wel bezorgd, en dat spreekt mij als vader van twee opgroeiende dochters aan. We proberen een oplossing te vinden voor de korte termijn. Een gesprek met de chauffeurs en een delegatie van ouders en gemeente. En een oplossing voor de langere termijn. En dat is: een vervoerder zien te vinden die tegen een goede vergoeding de kinderen op een sociaal verantwoorde manier naar school wil brengen. Een chauffeur die de kinderen begrijpt en respect vol met hen kan omgaan. En ze moeten natuurlijk veilig vervoerd worden. Het is al laat als we besluiten nog één agendapunt af te werken en de rest door te schuiven naar de vergadering in maart.