Om met het laatste te beginnen: de welzijnsnota is in hoofdzaak in orde. Hier en daar nog wat bijsturing en we kunnen ermee werken. Een echt beleidstuk maken om ook nieuwe verenigingen hierop te beoordelen is in sommige gevallen wel moeilijk gebleken. In die zin heeft de PvdA/Groenlinks gelijk. De meeste verenigingen passen keurig in het beleid, maar een aantal doet dat duidelijk niet – het is ook lastig om de VBOK en een Hospice onder een beleidsnoemer te brengen. Misschien is het ook wel onmogelijk om alles wat er in je dorp gebeurt onder te brengen in één nota.
Ook de samenvoeging van de GGD’s in onze provincie was een agendapunt. Het beleid wordt min of meer afgedwongen door de minister en dat is maar goed ook, want mijn mening is geheel anders. We moeten gaan samenwerken omdat het beter zou zijn. Maar het kost ons, de inwoners van Putten, meer geld en we krijgen er minder voor terug. En het geheel komt op mij over als een logge en moeizaam bestuurbare partij. Maar het is dus rond, een GGD Gelre-IJsselland.
De avond over het verkiezingsprogramma vond ik een succes. Er waren niet heel veel mensen, maar wel genoeg om goede en leuke gesprekken te hebben. Er waren ook een paar niet-ChristenUnie-stemmers, en dat is een goede zaak. Maak aan die mensen maar duidelijk wat een christelijk partij doet in de politiek en in het besturen van een dorp! Wat is het verschil tussen ChristenUnie, CDA en SGP? Ook dat valt niet snel even uit te leggen. Want soms zijn mensen het op sommige beleidsterreinen eens met één van de partijen. Bijvoorbeeld, de zuinigheid van de SGP spreekt een aantal mensen wel aan. Maar dat is niet een duidelijk principieel punt, al zijn er natuurlijk wel raakvlakken met de christelijke politiek. Het punt van de zondagsrust is iets waarin niet-christelijke mensen zich slecht in kunnen vinden. En dan is doorpraten heel zinvol, om duidelijk te maken dat ook voor niet-christenen een rustdag goed is.
Het resultaat van deze avond is dat het verkiezingsprogramma bijna klaar is, op wat aanscherpingspuntjes na. Dat is netjes op tijd.
Een belangrijke avond was ook de avond met de sportverenigingen. Er waren veel verenigingen aanwezig en er werd ook goed gediscussieerd en geluisterd. Het is goed frustraties uit te spreken. Frustraties richting de gemeente en dus ook richting de politiek, maar ook ten opzichte van elkaar, hoewel dat minder was. De verenigingen hebben eigenlijk niet zo heel veel met elkaar.
De avond werd geopend door Ard Kleijer, die het wel waargemaakt heeft dat hij sportwethouder is. Het Laakhuisje krijgt nieuwe velden en een nieuwe accommodatie. Rood/Wit krijgt na vele jaren touwtrekken een derde veld en nieuwe kleedkamers, Triton heeft een beweegbare bodem gekregen. Wat je ook kunt zeggen, er is veel aandacht en geld naar de sport gegaan de afgelopen periode. En de presentator van de sportfederatie, die de sportnota presenteerde, had daar ook alle waardering voor. Putten heeft mooie en goede sportaccommodaties, was zijn conclusie. Hoe gaan we die accommodaties efficiënt gebruiken en inzetten voor de Puttense sport?
Een belangrijk punt is het betrekken van de ouders bij de verenigingen, en niet alleen die paar ouders die zich verantwoordelijk voelen. Een betere samenwerking tussen onderwijs en sport is wenselijk. Sport is dé manier om te bewegen. En het slechte bewegen van de meeste Nederlanders leidt tot overgewicht en daardoor tot allerlei aandoeningen. Dus sporten is erg belangrijk. Niet alleen voor de lichamelijke conditie. Sporten is een goede vrijetijdsbesteding – het zijn niet de sportende jongeren die overlast in het centrum geven in het weekend. Dus is het zaak dat we die mensen bereiken die weinig of niets aan bewegen doen. Als je daar beleid op wilt maken, zijn ouders en het onderwijs belangrijke pijlers.
De overheid gaat subsidie geven aan de combinatie-functionaris. Dat is iemand die zowel voor het onderwijs werkt als voor de sportverenigingen. Een combinatie tussen de kinderen op school en de voetbalclub, zeg maar. De brede-schoolgedachte zou daar een goede rol in kunnen spelen. Naschoolse opvang in de sport kan het meer-bewegen sterk bevorderen.
Putten zou in dit verband ook baat kunnen hebben bij een sportraad die een overkoepelende functie heeft. Het BOS-project dat ook in Putten loopt is daar een voorbeeld van (BOS betekent Buurt, Onderwijs en Sport). Zo’n sportraad kan ervoor zorgen dat er een goede samenwerking komt tussen de sportverenigingen.
Wat moet er nog voor gebeuren om dit te laten werken? Niets, we kunnen morgen beginnen als we het eens zijn met elkaar. Ook voor het gemeentebestuur is het een goede zaak als er een vast aanspreekpunt voor de sport komt, een raad die kan aangeven waaraan het meeste behoefte is. Daarbinnen kan de combinatiefunctionaris goed werk doen en voor de gemeente een goede adviseur zijn. De Puttense sportverenigingen hebben meer met elkaar dan je zou denken!
Gelukkig was er openheid op de vergadering. We zijn niet elkaars concurrenten, we kunnen elkaar helpen, werd er steeds meer geroepen. De vraag werd gesteld wanneer je dat moet gaan doen. De man van de sportfederatie stelde voor: begin daar morgen mee. Samen praten en overleggen is altijd mogelijk. Ik ben nieuwsgierig en heb hoge verwachtingen. De sportfederatie komt in het najaar kijken hoe het gaat, ook een stimulans van die zijde is welkom.
Misschien zijn ze al begonnen, het is tenslotte al morgen geweest.