maandag 22 november 2010 09:01 De vorige keer vertelde ik over ons bezoek aan Ladelund tijdens de nationale Volkstrauertag. Deze keer over het vervolg van deze reis. Op maandagmorgen zijn we namelijk niet rechtstreeks naar huis gegaan, maar hebben we eerst een uitgebreid bezoek gebracht aan Neuengamme, waar indertijd ook een concentratiekamp was gevestigd.
Die maandagmorgen beginnen we met het uitzwaaien van de bus met onze dorpsgenoten. Dan stappen we zelf ook in de auto. Neuengamme ligt even voorbij Hamburg. We rijden achter een echtpaar aan dat in Hamburg woont en bij de herdenking was in Ladelund. Zo komen we snel en makkelijk op de plaats van bestemming.
In Neuengamme gaan we naar de pastorie van dominee Butler van de Evangelische Kirche. Als we tegen twaalf uur daar aankomen krijgen we meteen soep met brood aangeboden. Ik ben in de afgelopen paar dagen vaker in een Duits gezin op bezoek geweest dan in de rest van mijn leven.

Na het eten gaan we met dominee Butler eerst naar het herdenkingcentrum van de mensen die omgekomen zijn in dit verschrikkelijke kamp. Hele wanden vol met grote stroken papier, met allemaal namen erop van mensen die hier overleden zijn. Ook de naam van de grootvader van Christine ontdekken we: Aart Goedvree, daar staat het. Als dominee Butler dat hoort, slaat hij vol schrik de hand voor de mond. Want dan komt het toch wel heel dichtbij. De meeste volwassen kunnen zich hun grootouders wel herinneren, maar Christine niet. Haar opa ligt dus hier begraven. Overleden in een kamp in Meppen, dat dichterbij de Nederlandse grens ligt. Ook familie van Ard ligt hier begraven. En niet eens netjes begraven. Van veel gevangenen zijn de lichamen gecremeerd en de as is uitgestrooid over het stuk land, dat nu een grasveld is. Terecht merkt de dominee op dat dit grasveld nu een kerkhof is. Het is overweldigend. De enorme hoeveelheid namen onderstreept de verschrikking van dit kamp.
Onze gids vertelt ook over de geschiedenis van dit kamp. Het kamp werd opgebouwd vlakbij de rivier de Elbe en de klei van deze rivier werd gebruikt om klinkers van te maken. En de klinkers werden door de stad Hamburg gebruikt, o.a voor straatklinkers. Niet de SS wilde het kamp vergroten, maar het gemeentebestuur van Hamburg verzocht de SS om het kamp uit te breiden. Op die manier kwam het gemeentebestuur namelijk makkelijk en goedkoop aan klinkers. Maar hierdoor nam het stadsbestuur wel een grote verantwoordelijkheid op zich, de ellende en de dood van zoveel mensen. Oorlogsmisdaden bedreven door een stadsbestuur. Hoe diep kun je vallen als stadsbestuur!
De gevangen moesten de klei uit de haven halen en met een lorrie (een soort treinwagonnetje) via een spoorlijntje naar boven brengen zodat de klei bovenin de fabriekshal uitkwam. In die hallen werd de klei in vormen gezet en gedroogd. De helling waarlangs de lorries omhoog werden geduwd door de gevangenen was enorm steil. Zo’n lorrie vol met natte klei was natuurlijk loodzwaar, maar toch mochten slechts drie gevangenen zo’n lorrie duwen. De helling was glibberig, en dus gebeurde het vaak dat de mannen het net niet konden redden. Als zo’n lorrie weer terugrolde, moest de achterste man zijn vege lijf maar zien te redden. En denk je in, dat zo’n terugrollende lorrie dan de volgende meesleurde in zijn vaart. Het kwam heel vaak voor dat juist de man die van achteren liep te duwen door de lorrie werd overreden en dat niet overleefde. En waarvoor hadden ze die helling nu eigenlijk gebouwd? Voor het drogen van de klei was dat absoluut niet nodig, had dominee Butler uitgezocht. Puur en bewust sadisme dus…
We lopen verder rond op het kamp en komen bij het woongedeelte van het concentratiekamp. Alleen de stenen gebouwen staan er nog. De houten barakken zijn afgebroken, alleen een paar wanden zijn bewaard gebleven en die staan in de expositie in de stenen gebouwen. Bij die expositie is veel te vinden over het kamp. Hier zien we de foto’s van mannen die met totaal uitgemergelde lichamen toch hun werk moesten doen. Er staat één van de bedden waarop de gevangen sliepen, hoewel wij dit geen bed zouden noemen: een paar planken, wat stro in een jute zak, dat is alles. En dat terwijl deze mensen juist enorm veel behoefte hadden aan rust. Elke dag keihard werken, geen eten, veel ontbering, gevaarlijk werk en altijd bewakers die je het nog moeilijker maken. Hoe is het mogelijk dat er mensen zijn die dit hebben overleefd!
Het is een indrukwekkende afsluiting van een reis die we maakten om te herdenken wat er met de mannen van de razzia van Putten is gebeurd. Ik denk niet dat ik dit kan vergeten. Wat zijn mensen toch eigenaardige wezens dat ze dit elkaar aan doen. Zoals onze gids onder woorden bracht: zou ik ook in 1940 een nazi zijn geworden? Zou ik de druk van de partij hebben kunnen weerstaan? Laten we niet te snel zeggen: dat gebeurt mij niet.
En dus is herdenken van deze zinloze oorlog de moeite waard. Opdat wij niet zullen vergeten, wat er toen is gebeurd.
Veilig terug in Nederland gaan we weer aan het werk, met ons dagelijks werk en met de politiek. In alle vrijheid. Voor die vrijheid hebben de mannen van Putten het leven verloren, wat een diepe wond heeft achtergelaten in ons dorp. Laten we de Here bidden dat dit ons dorp niet nog een keer overkomt.