Deze week was er commissie Samenleving. Die vergadering verliep mooi en goed, en dat beweer ik niet alleen als voorzitter van die commissie, ook op twitter werd er positief op de vergadering gereageerd. Er werd gesproken over het voorstel om een combinatiefunctionaris voor sport en cultuur te benoemen. Leuk detail: Okko van Dijk kwam hiervoor met een nieuw woord: combinaris (als ik het goed schrijf), een samenvoeging van combinatie en functionaris. Maar er werd positief gereageerd op het voorstel van het college.
Heel informatief was het agendapunt over de InclusiefGroep. Wethouder Ard Kleijer gaf een duidelijk en helder overzicht van de taken en bevoegdheden van de InclusiefGroep als bedrijf. Hierin werd hij bijgestaan door de oud-afgevaardigde van de gemeente Putten, alweer: Okko van Dijk. (Ja, ik moet wat goedmaken na mijn kritiek vorige keer…).
Deze week was er ook weer het nodige aan blogs te lezen op de sites van andere politieke partijen. De bespiegelingen van WijPutten lees ik vaak, meestal eigenlijk wel. Sinds de nieuwe site van WijPutten worden de bespiegelingen niet alleen geschreven door Herman Luitjes, maar door diverse schrijvers en dat is ook wel leuk. Ik kijk ook vaak op de site van het CDA, altijd een beetje nerveus omdat ik ook wel kritiek geef op het CDA en ook ik het spreekwoord ken: wie kaatst moet de bal verwachten. Maar de CDA-site valt reuze mee. Hier en daar wat kritiek vooral op het college. Maar over het algemeen zijn de Puttense CDA-ers niet mensen die in de pen klimmen. Althans niet op hun website. Wat me opviel is dat het CDA heel gematigd over de bio-energie schrijft – in raad en commissie worden er hardere woorden gesproken dan op de website. De voorzichtige conclusie zou dus ook kunnen zijn, dat er nog wel wat beweging zit bij het CDA over het biomassa-erf.
Wat mij bij zowel WijPutten als het CDA opviel is dat men het BAG-systeem van de gemeente direct koppelt aan de bereikbaarheid van de ambulance.
Het BAG-systeem is onderdeel van het NUP. Het NUP is het Nationaal Uitvoerings Programma en is de uitvoering van het project van e-overheid. Zeg maar, de digitale overheid. Het is een omschrijving en een uitvoering wat de overheid allemaal gaat doen op het gebied van digitale dienstverlening. Dat houdt bijvoorbeeld in dat je de bouwtekeningen van aannemers digitaal kunt verwerken. Dat het paspoort digitaal aangevraagd kan worden. Maar ook dat het kadaster digitaal is. En een van de projecten is dat van alle Bouwwerken en Adressen de informatie digitaal aanwezig moet zijn, het BAG-systeem. Dus waar is welke straat en wat is er te vinden in die straat. En natuurlijk is die informatie ook te gebruiken door de hulpverleners in ons gemeente. De brandweer kan zien wat voor bedrijf er is gevestigd. De ambulance en de politie kunnen zien waar welk adres is. Allemaal belangrijke informatie.
Toen ik opgroeide in de jaren ’70 –‘80 was er naar aanleiding van de boeken van George Orwell een hele discussie over wat de overheid wel allemaal kan doen met informatie. En toen was er van e-informatie nog nauwelijks sprake. Big Brother (de overheid) is watching you (kijkt wat je allemaal doet)! En dat vond iedereen maar een griezelig idee. Dat moest je niet willen! Tegenwoordig vinden we dat de overheid in gebreke blijft als ze van een burger iets niét weet. Spijbelende kinderen, hangjongeren, heeft meneer wel werk en woont mevrouw wel in een legale woning, is dit stel getrouwd of wonen ze duurzaam samen. Dat wil de overheid allemaal weten en registreren. Er wordt dus veel informatie opgeslagen en hoewel we een privacywet hebben, hoor je weinig bezorgdheid over dat uitgebreide verzamelen van informatie. Via de gegevens van je leuke en mooie mobiele telefoon kunnen we exact zien waar je bent en waar je bent geweest. En dus vinden we het heel normaal dat een ambulance gebruik maakt van gegevens die beschikbaar zijn.
Maar zoals iedereen weet die met een computer en of mobiele telefoon werkt, gaat daar nog weleens iets fout met die apparatuur of met die software. Ik weet dat als geen ander, want mijn dagelijks werk bestaat uit het oplossen van problemen op dat gebied. Ik weet wat er allemaal fout kan gaan tussen hardware, software en de gebruikers daarvan. Ook dat er veel goed kan gaan trouwens. Wat mij dan verbaast, is dat mensen helemaal op die hulpmiddelen gaan vertrouwen. Wie kan er nog 24 uur zonder mobiele telefoon? Wie overleeft het nog als je een week lang geen e-mail kunt bekijken? Wie kan de weg nog vinden zonder TomTom? De merknaam TomTom is zelfs een begrip geworden. Maar wat als het systeem niet werkt of ondeugdelijke informatie bevat?
We hebben de laatste tijd hardhandig gemerkt wat er kan gebeuren als de systemen uitvallen. Onze maatschappij is dan ontregeld en kan niet meer functioneren. Een brand in een seinhuis van de NS in Utrecht zorgt dat dagenlang het treinverkeer in heel Nederland ontregeld is! De overheid pleit de afgelopen maanden om een overleveringspakket in huis te hebben, want de overheid kan bij een calamiteit niet meer garanderen dat er op tijd hulp komt.
Wil ik hiermee zeggen dat de ambulance geen gebruik moet maken van een navigatie-systeem? Nee zeker niet. Maar we moeten ons er ook niet afhankelijk van maken. Goed geïnformeerde hulpverleners zijn uiteindelijk belangrijker dan allerlei systemen. We hebben veel hulpverleners op afstand gezet. Schaalvergroting in de zorg is belangrijk om de kosten beheersbaar te houden. Maar die zorgt wel voor een grotere afstand tussen burgers en hulpverleners. De wijkagent woont niet meer in hetzelfde dorp als waar hij werkt. Geen wonder dat hij veel dingen niet meer als vanzelf weet. De ambulancepost verdwijnt omdat de zorgverzekeraar het efficiënter vindt de post op een andere plaats te hebben, zodat de verzekeraar met dezelfde hoeveelheid ambulances een groter gebied kan bedienen. De burgemeester is in Putten al lang niet meer de korpsbeheerder van de politie, die zit ergens anders in een onbekend kantoor en trekt heel efficiënt aan de touwtjes. Waar is de veldwachter die het dorp kende als zijn broekzak? Waar is de GGD die bekend was in eigen dorp en stad? Die hebben we weggereorganiseerd in de veiligheidsregio. Daar maakt men een analyse van wat er fout kan gaan. En dan wordt er al gauw niet meer in ‘mensen’ gedacht maar in efficiënte eenheden. Bij één op de zoveel uitrukken van de brandweer, politie en ambulance gaat het fout en dat percentage wordt gebruikt om te zeggen of iets fout of goed gaat. Ja, zeggen we dan, er zijn altijd verbeterpunten. Wanneer gaat het echt fout? Als dat foutpercentage een familielid van ons is.
Wat is mijn voorstel? Een multifunctioneel hulpverlenerscentrum, waar politie, brandweer, ambulance en huisartsen een plek krijgen, bemand door inwoners uit Putten. Dat centrum kan efficiënt en doelmatig werken. De gemeente is eigenaar van het centrum en het personeel is in dienst van de gemeente zodat het beheer van dat centrum democratisch gecontroleerd kan worden. Zodat een gemeentebestuur niet hoeft te zeggen: sorry, daar gaat de korpsbeheerder uit Apeldoorn over. Of: nee, voor de ambulance moet u bij de zorgverzekeraar zijn. De hulpverleners zijn van het dorp en voor het dorp. Bijkomend voordeel is dat ze de weg kennen.
Ja, dat gaat een paar centen kosten, maar daar hadden we het toch niet over, we hadden het over slachtoffers. Bouw ik luchtkastelen? Lees George Orwell en zie hoe het afloopt met een totaal geautomatiseerde samenleving. Ik lees op twitter wel hoe je erover denkt.